Hoe houd ik mijn oudere kat zolang mogelijk gezond

de oudere katGemiddeld genomen kan een kat 14 jaar oud worden. Een kwart wordt zelfs ouder dan 17 jaar. Vanaf 7 jaar spreken we bij de kat over middelbare leeftijd, vanaf 11 jaar behoort een kat tot de senioren en vanaf 15 jaar hebben we het over een geriatrische kat.

Om uw kat zo lang mogelijk gezond te houden is een goede samenwerking nodig tussen u, uw kat en uw dierenarts en dierenartsassistente.

 

Een aantal misvattingen de wereld uit

  • Een bezoek aan de dierenarts is zelden pijnlijk voor de kat.
  • Een bezoek aan de dierenarts hoeft niet zo stressvol te zijn als u denkt.
  • Het tijdig ontdekken van een probleem scheelt op de lange termijn veel geld.
  • Katten zijn meesters in het verhullen van ziekte!
  • Veel veranderingen ontstaan sluipend en worden daardoor pas laat opgemerkt, zoals:
    • afname van het lichaamsgewicht,
    • een iets minder stralende vacht,
    • wat minder bewegen,
    • meer slapen,
    • meer drinken en plassen.
  • Sluipend of niet, ze kunnen wel een uiting zijn van een (ernstige) ziekte!
  • Veel eigenaren denken dat er aan de meeste aandoeningen bij oudere katten weinig te doen is. Dat is niet waar! Wel geldt dat hoe eerder een probleem wordt ontdekt en hoe eerder een behandeling wordt ingesteld, hoe beter de vooruitzichten zijn.

Veelvoorkomende aandoeningen bij de oudere kat

Bij katten vanaf een middelbare leeftijd komen vaak bepaalde aandoeningen voor. Deze zijn, zeker in het beginstadium, voor u als eigenaar lastig op te merken.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld:

  • Arthrose (gewrichtsslijtage); veel katten van 12 jaar en ouder lijden hieraan.
  • Gebits- en tandvleesaandoeningen
  • Verminderde nierfunctie; een derde van de katten ouder dan 10 jaar heeft een chronische nieraandoening.
  • Hyperthyreoïdie (teveel aan schildklierhormoon in het bloed)
  • Hoge bloeddruk; vaak door verminderde nierfunctie of een teveel aan schildklierhormoon.
  • Suikerziekte (diabetes).
  • Lagere urinewegklachten
  • Hartaandoeningen
  • Tumoren
  • Verstopping van de darm
  • Doofheid
  • Gedragsveranderingen

Preventieve diergezondheidszorg

Het vroegtijdig opsporen van dit soort aandoeningen heeft veel voordelen:

  • Er kan eerder worden ingegrepen, waardoor in veel gevallen een minder intensieve behandeling volstaat.
  • Het effect van de behandeling is vaak veel groter dan wanneer een ziekte later wordt ontdekt. De vooruitzichten voor de kat zijn daardoor veel beter.
  • Bij het inzetten van overige medicatie kan rekening worden gehouden met de aandoening.

Controles bij de dierenarts

Door regelmatige controles (1-2x per jaar) bij de dierenarts kunt u uw kat zo lang mogelijk gezond houden. Deze bezoeken bestaan uit:

  • Een gesprek met de dierenarts over hoe het met uw kat gaat.
  • Uitgebreid lichamelijk onderzoek van uw kat.
    • Hierbij wordt onder meer gelet op: gedrag, manier van staan en lopen, voedingstoestand en gewicht, ademhaling, pols, temperatuur, slijmvliezen, lymfeknopen, huid, vacht, nagels, ogen, bek, schildklieren, hart, buik en gewrichten.
  • Aanvullend onderzoek (vanaf een leeftijd van 7 jaar), zoals:
    • Urine onderzoek
      • Met behulp van urine onderzoek kunnen belangrijke aandoeningen worden opgespoord, zelfs in een beginstadium. Urine kan onder andere worden onderzocht op de concentratiegraad en zuurgraad, en op de eventuele aanwezigheid van suikers, eiwitten, kristallen (gruis), cellen en bacteriën.
      • De urine kan thuis worden opgevangen in de kattenbak, met behulp van speciale plastic kattenbakkorrels. Een andere optie is dat de dierenarts met een dun naaldje wat urine uit de blaas opzuigt. Voor u en uw kat kan dit laatste wel zo makkelijk zijn, uw kat merkt er nauwelijks wat van en de urine is steriel verzameld en vers.
    • Bloedonderzoek
      • Bloedonderzoek levert veel informatie over het functioneren van organen. Zo kunnen onder andere suikerspiegel, lever- en nierwaarden, eiwitten, schildklierhormoon, zouten, mineralen (calcium en fosfaat) en rood- en wit bloedbeeld worden bepaald.
      • Bij voorkeur wordt bloedonderzoek uitgevoerd bij de nuchtere kat (ca. 8 uur niet gegeten, wel gedronken; hiervoor wordt een aparte afspraak gemaakt).

U bepaalt uiteraard wat er wel en niet gebeurt aan onderzoeken en behandeltraject! PDC biedt u eerst het adviesplan aan met hetgeen het beste is voor uw kat, maar zal zeker ook meedenken over alternatieven. Voel u vrij om hierover te overleggen !

Meer informatie ? klik hier voor de contact mogelijkheden.

Delen